Verwacht: De Bovenkamer

Wat is De Bovenkamer?

Een voornamelijk visuele naslaggrammatica voor leerlingen (anderstalig en Nederlandstalig) van groep vier tot en met groep acht.

een opzoek- of naslaggrammatica voor de individuele leerling;
een handleiding voor de leerkracht met veel didactische aanwijzingen;
een werkboek voor de leerling;
eventueel uit te breiden met oefenprogramma voor de leerling op cd
en eventueel met een cd met inhoud voor de leerkracht voor een computerbord.

Doel

Op het gebied van klanken, vormleer, woordenschat-functiewoorden en zinsbouw- alles met een semantische invalshoek- maak ik een opzoekboek van het Nederlands. Dit boek hebben kinderen naast zich liggen bij de taallessen, opdat de kennis die nodig is om de oefeningen te kunnen maken, visueel voor hen gemaakt is, dan wel opgezocht kan worden. Hierdoor zijn zij in staat de oefeningen in het taalboek te maken. Ook bij stel- en schrijfopdrachten kan De Bovenkamer gebruikt worden.

Door het visuele aspect worden veel meer dingen duidelijk en doordat de leerling een bladzijde met voorbeelden vele malen onder ogen krijgt - van groep vier tot en met groep acht - , wordt deze kennis van het Nederlands langzamerhand geautomatiseerd...
Bovendien is er ruimte voor anderstalige kinderen om hun eigen taal bij bijvoorbeeld de voorzetsels van plaats zoals in de mand op het kussen tussen de oren te schrijven. Of bij de persoonlijke voornaamwoorden hij zij het . Zo krijgen ze inzicht hoe de eigen taal structuur verschilt van die van het Nederlands.

Doelgroep

Nederlandstalige en anderstalige leerlingen van groep vier tot en met groep acht.
Leerlingen in de laagste klassen van het voortgezet onderwijs
Laagopgeleide Nederlandstaligen en anderstaligen in het volwassenenonderwijs.

Inhoud

Een greep uit de inhoud:

klanken en letters en het alfabet
woordenschat - functiewoorden - persoonlijke voornaamwoorden bezittelijke voornaamwoorden er het -
bijwoorden en voorzetsels van tijd: nu gisteren om tien uur op maandag in de maand mei
woordenschat: bijwoorden en voorzetsels van plaats: hier daar op de stoel in de mand tussen de oren
vervoegingen van werkwoorden: werk, werkt , werken, heb gewerkt; en de onregelmatige en sterke werkwoorden: zijn, hebben, mogen willen kunnen en het kofschip
verbuigingen van zelfstandig naamwoord: sleutel, sleutels raam ramen en de uitzonderingen: glas glazen
samenstelling: handdoek theedoek hoofddoek
samenstelling: vuurrood ijskoud
bijvoeglijk naamwoord ; groot groter grootst; het grote huis een groot huis
voor- en achtervoegsels: ge+ be+ ver+ en +heid +loos
opbouw van zinnen: wie wat waar wanneer en hoe in hoofdzinnen en bijzinnen; ontkenning ja nee niet geen (Zie illustratie)
scheidbare (knipwerkwoorden) schoonmaken en niet-scheidbare werkwoorden beloven
tijd: tegenwoordige tijd voltooide tijd onvoltooide tijd
taalkunde: onderwerp gezegde persoonsvorm naamwoordelijk gezegde bepalingen lijden voorwerp voorzetselvoorwerp meewerkend voorwerp
taalkunde: werkwoord lidwoord zelfstandig naamwoord bijvoeglijk naamwoord koppelwerkwoord bijwoord

Hoe te gebruiken?

Te gebruiken naast elke andere moedertaalmethode en bij elke schriftelijke Nt2-methode.

Stand van zaken

Momenteel ben ik in onderhandeling met potentiële uitgevers.
Zie voor de laatste berichten: Nieuws

Meer nt2-leermaterialen

 

 

 

Oefenen met verwijzingen